User avatar
SmallBrother
Site Admin
Posts: 3285
Joined: Sun Mar 04, 2012 12:59 pm
Location: Somewhere on this globe

Veelvoorkomende taalfouten - d/t

Mon May 20, 2019 5:31 pm

Velen maken nog steeds d/t-fouten terwijl het eigenlijk helemaal niet zo lastig is. Hier een uitgebreide uitleg die je dit kunt aanpakken. In het begin is het misschien steeds weer opnieuw nadenken, maar met wat oefening ga je het al snel vanzelf aanvoelen.

►  1. Ga eerst na of je te maken hebt met een vervoeging in de tegenwoordige tijd of dat het om een voltooid deelwoord gaat.

Tegenwoordige tijd

Dit is de meest elementaire vorm die 'nu' gebeurt en nog bezig is te gebeuren:
• Ik loop naar huis.
• Jij moet daarmee ophouden.
• Het boek ligt op de tafel.
Merk op dat dit qua betekenis toch kan gaan om een ander moment dan 'nu':
• Ik ga morgen naar de kapper.

Voltooid deelwoord

Dit is het geval als een handeling is voltooid. Een voltooid deelwoord gaat altijd samen met een hulpwerkwoord, meestal "hebben", "zijn" of "worden". Bij "worden" is het 'voltooide' soms een beetje onduidelijk. Het voltooid deelwoord begint in de meeste gevallen met "ge-":
• Hij heeft alles netjes gerangschikt.
• De ondertitel wordt binnenkort geplaatst.
• Ik heb gekronkeld van het lachen.

In sommige gevallen begint het voltooid deelwoord niet met "ge-", maar met een soort vervanging die al in het werkwoord zit: be-, ver-, her- en ont-, zoals bijvoorbeeld bij bedanken, verhuizen, herstellen en ontdekken:
• Ik heb hem hartelijk bedankt.
• Hij is naar een andere stad verhuisd.

Soms staat er nog iets voor de "ge-", bij werkwoorden die met een soort voorzetsel beginnen, zoals bijvoorbeeld oprapen, inspelen, afbranden en aanpassen:
• Ik heb mijn sleutels weer opgeraapt.
• Het huis is volledig afgebrand.

►  2. Als je weet om welke werkwoordsvorm het gaat, kun je bepalen hoe je het moet schrijven.

Tegenwoordige tijd

Als het onderwerp van de zin eerste persoon ("ik") is, dan gebruik je alleen de stam van het werkwoord. Of dat eindigt op een d of t is dus alleen afhankelijk van die stam zelf:
• Ik loop naar huis.
• Ik verdien meer dan ik krijg.
en dus ook:
• Ik word gek van grammatica. (werkwoord: worden, stam: word, onderwerp: ik - dus geen t erbij).

Als het onderwerp tweede of derde persoon is (jij, hij, zij, het, de man, het boek, etc.) dan gebruik je stam+t:
• Jij loopt, de hond loopt.
Als de stam op een d eindigt, dan eindigt de vervoeging dus op dt:
• Jij wordt nog eens beroemd.
• Hij vergoedt ons alle kosten.
• Het pakketje wordt morgen afgeleverd.

Maar als het onderwerp "je" of "jij" na het werkwoord staat, dan vervalt de t:
• Word jij ook weleens opgelicht?
Dit geldt alleen voor je/jij. In alle andere gevallen blijft die t gewoon staan, ook bij "u":
• Wordt het pakketje vandaag nog afgeleverd?
• Als dat nogmaals gebeurt, dan wordt u geroyeerd.

Ezelsbruggetje: Vervang het betreffende werkwoord door een 'eenvoudig' werkwoord, bijvoorbeeld "lopen". De zin wordt dan wel vaak klinkklare onzin, maar je voelt dan vanzelf of er wel of geen t bij moet:
• Ik loop gek van grammatica. (dus geen t)
• Het pakketje loopt morgen afgeleverd. (dus stam+t)
• Loop jij ook weleens opgelicht? (dus geen t)
• Als dat nogmaals gebeurt, dan loopt u geroyeerd. (dus stam+t)

Voltooid deelwoord

Een voltooid deelwoord eindigt bij regelmatige werkwoorden op een t of een d. Dit hangt af van de stam. Hierbij geldt de fokschaap-regel: als de stam eindigt op f, k, s, ch of p (de medeklinkers van "fokschaap"), eindigt het voltooid deelwoord op een t. In alle andere gevallen eindigt het op een d.
• Ik heb lekker eten gekookt. ("kook" eindigt op een fokschaap-k, dus eindigt op een t.)
• Hij heeft zijn kleine broertje verdedigd. ("verdedig" eindigt op een "g", geen fokschaap-letter, dus eindigt op een d.)
• De onjuiste informatie wordt aangepast. ("pas (aan)" eindigt op een fokschaap-s, dus eindigt op een t.)

Soms eindigt de stam op een d. Dan blijft het gewoon bij die ene d:
• Hij heeft zijn standpunt goed verwoord.
Een voltooid deelwoord eindigt dus nooit op dt.

Bij werkwoorden waarbij de stam anders eindigt dan in het hele werkwoord (leven-leef, verhuizen-verhuis, etc.) ga je voor de fokschaap-regel niet uit van die gewijzigde stam, maar van het hele werkwoord:
• Hij heeft heel lang geleefd. ("leef" eindigt op een fokschaap-f, maar komt voort uit "leven" met een "v". Dat is geen fokschaap-letter, dus het voltooid deelwoord eindigt op een d.
• Ik ben naar Groningen verhuisd. ("verhuis" eindigt op een fokschaap-s, maar komt voort uit "verhuizen" met een "z". Geen fokschaap, dus eindigend op een d.)

Ezelsbruggetje: Als je het een bijvoeglijk naamwoord maakt, hoor je vanzelf of je een d of een t moet gebruiken:
• Het gekookte eten. (voltooid deelwoord is dus "gekookt" met een t)
• Het verwoorde standpunt. (voltooid deelwoord is dus "verwoord" met een d)
• De aangepaste informatie. (voltooid deelwoord is dus "aangepast" met een t)
• De verhuisde man. (voltooid deelwoord is dus "verhuisd" met een d)

MrPallMall
Posts: 28
Joined: Mon Jul 16, 2018 1:22 am

Re: Veelvoorkomende taalfouten - d/t

Mon May 20, 2019 6:53 pm

De man van weinig woorden heeft weer gesproken haha.
Bedankt voor deze grote en mooie uitleg.

Dit wordt zeer gewaardeerd!

Return to “Hulp bij ondertitelen”

Who is online

Users browsing this forum: No registered users and 2 guests